Houdings- en bewegingsapparaat

Vergelijk je lichaam met een huis. Je bouwt een nieuw huis met nieuwe materialen. Je gaat er wonen. Alles is pico bello in orde. Alles ziet er mooi uit en alles functioneert. Vergelijkbaar met je jeugdfase.

Hierin vindt de opbouw van je spiercellen plaats. Tot ongeveer je 20e levensjaar bouw je de hoeveelheid en kwaliteit van je spiercellen op.

Botcellen bouw je iets langer op, tot je 30e – 35e levensjaar. Veel krachtige sporten in je jeugd, betekent meer rood spierweefsel opbouwen. Meer conditionele sporten, uithoudingsvermogen, is meer blank spierweefsel opbouwen. Een balans van beide is natuurlijk fijn. Hoe meer je opbouwt in je jeugdfase, hoe meer je in de fase daarna kunt onderhouden.

In de loop der jaren slijten er zaken door het gebruik of door invloeden van buitenaf. Bijvoorbeeld de verf op de kozijnen verkleurt door de zon.  Door de kleine beschadigingen kan er vocht in het hout trekken.
Onderneem je geen actie, je pleegt geen onderhoud, dan zal het kozijn langzamerhand wegrotten.
Onderhoud je het wel, dan gaat dit kozijn veel langer mee en voorkom je vroegtijdige slijtage.

Hoe langer je je spier- en botcellen goed onderhoudt, des te beter kun je je afbraakproces beperken.

Zo zijn er nog wel andere zaken in en aan een huis te bedenken. Sommige zijn op den duur nog te vervangen, andere niet.
Het onderhouden doe je dus vooral in de fase na je jeugd. Maar dit onderhouden is een constant proces dat doorgaat tot het einde.

Vervolgens wordt het huis steeds ouder en zijn bepaalde materialen aan het einde van hun levensduur. Een likje verf gaat niet meer werken. Wellicht is het kozijn te vervangen door een nieuw kozijn, waarbij dan opgelet moet worden of de constructie er omheen deze vernieuwing aankan.

Met deze overwegingen krijg je te maken in de ouderdomsfase. 

 

 

 

 

Conclusie: het moment waarop je symptomen van gezondheidsklachten merkt, is vaak niet het moment waarop de basis voor de klacht is gelegd.