Beweging

Voor sommigen hoort sporten bij het leven. Voor anderen levert alleen de gedachte aan sporten al zo veel stress op (“waar moet ik de tijd vandaan halen”).

Regelmatige lichaamsbeweging is gezond voor ons.

Bij oudere mensen zien we dit het beste. Zodra iemand alleen nog maar in bed kan liggen, zie je de spieren die niet meer worden gebruikt, in omvang afnemen. Uiteraard neemt niet alleen het volume af, maar ook de kracht. Spiercellen verdwijnen.
Zo ook op jongere leeftijd.

Blijf je echter na je 20e je spieren regelmatig gebruiken, dan vul je je spiercellen, hou je ze actief. Hoe je dit doet, is dan weer bepalend voor het soort spierweefsel dat je actief houdt. Rood spierweefsel voor de krachtsporter en wit spierweefsel voor de duursporter. Gedeeltelijk is dit genetisch doorgegeven door je ouders. De rest is bepaalt door wat je in je jeugdfase hebt opgebouwd voor spiercellen.

Behalve spiercellen, heb je dan ook nog je botcellen. Deze kun je iets langer opbouwen, tot je 30e – 35e levensjaar. Hoe? Door je botten te belasten. Springen, (hard)lopen. Dus touwtje springen als kind, rennen, fysiek spelen etc. Erg belangrijk is de groeifase van een kind.

Dus bepalend voor veel “ouderdomsklachten”, is de periode voordat we “oud” worden.